Ingrid Boelhouwer

Promotieonderzoek

Werk na kankerdiagnose: wat helpt deze werkenden verder?

Ieder jaar krijgen tegen de 50.000 werkenden in Nederland kanker, een aantal dat nog verder zal gaan stijgen. Het overgrote deel van deze mensen blijft actief op de arbeidsmarkt. Naar schatting 5% van de werkenden in Nederland is inmiddels in het verleden met kanker geconfronteerd.

Ingrid Boelhouwer, docent en onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam, deed promotieonderzoek naar deze groep werkenden. Op 30 september a.s. om 16.00 uur is de promotie (online te volgen op www.ou.nl/live).

Late effecten van kankerbehandelingen

In 2012 kreeg Ingrid zelf borstkanker. Operatie, chemotherapie, immuuntherapie, radiotherapie en anti-hormoontherapie volgden. In het ziekenhuis hoorde ze niets over mogelijke late effecten van kankerbehandelingen, zoals lichamelijke late effecten (bijvoorbeeld lymfeoedeem of zenuwpijn), eventuele cognitieve klachten (zoals concentratiestoornissen) en mogelijk aanhoudende vermoeidheid. Van lotgenoten die al langer geleden kanker kregen, hoorde zij daar voor het eerst over. Inmiddels is er door bijvoorbeeld de NFK en de BVN gewerkt aan meer aandacht voor dit onderwerp, ook in relatie tot werk. Over wat deze late effecten door de jaren heen met zich mee kunnen brengen in de werksituatie is vanuit onderzoek alleen nog erg weinig bekend.

Promotieonderzoek ‘Werk na kanker’

Daarom richtte Ingrid haar promotieonderzoek (gestart in 2017) op werkenden die langer dan 2 jaar geleden de diagnose kanker kregen. Van de 750 deelnemers aan haar onderzoek heeft ongeveer driekwart borstkanker gehad. Bij 5% van de deelnemers was er sprake van nog of weer kanker. Naast een grote groep werkenden in loondienst, deed ook een aanzienlijke groep zzp’ers mee. Verder heeft Ingrid 58 professionals (zoals bedrijfsartsen, ergotherapeuten, coaches, re-integratieconsulenten, therapeuten met diverse achtergronden, etc.), HR managers en leidinggevenden geïnterviewd.

Focus op werkvermogen, burn-outklachten en werkbevlogenheid

Bij functioneren in werk ging het in het onderzoek om werkvermogen, burn-outklachten en werkbevlogenheid. Bij zzp’ers bleek vooral vermoeidheid een samenhang met lager werkvermogen te vertonen, terwijl dat bij de werkenden in loondienst ook gold voor cognitieve klachten. Burn-outklachten gaan over de hele linie samen met vermoeidheid en cognitieve klachten. Dat betekent dat het erg belangrijk is om heel goed te onderzoeken of iemand écht burn-outklachten heeft door het werk of dat de oorzaak de vermoeidheid of cognitieve klachten zijn als gevolg van de kankerbehandelingen. Dat vraagt dan namelijk een hele andere aanpak en andere vormen van ondersteuning. Opvallend was verder dat bij werkenden in loondienst vermoeidheid of cognitieve klachten los staan van werkbevlogenheid. Dus ook bij hoge vermoeidheid of hoge cognitieve klachten is de werkbevlogenheid op niveau. Dat is dus positief en is ook in lijn met signalen vanuit gehouden interviews; werkenden die kanker hebben gehad worden als groep als zeer gemotiveerd ervaren.

Infographic

Wat helpt deze werkenden verder?

Wat werkenden in loondienst enorm kan helpen, is de steun van de leidinggevende en de collega’s. Dit hangt samen met beter functioneren in werk, dat wil zeggen hoger werkvermogen, lagere burn-outklachten en hogere werkbevlogenheid. Bovendien is het essentieel om ervoor te zorgen dat die steun steeds gevoeld wordt, want uit het onderzoek bleek ook dat er anders snel al weinig meer van te merken is. Dus voor werkenden zelf, de collega’s en de leidinggevenden is een belangrijk advies: blijf elkaar opzoeken en voer een écht gesprek over hoe het gaat en wat er misschien beter kan.

Autonomie in het werk (zoals zelf het werktempo bepalen of de volgorde van taken) is ook gunstig, maar er was iets opvallends te zien in de onderzoeksresultaten. Bij werkenden die veel lichamelijk klachten hebben, kan de autonomie in het werk over het algemeen beter op een gemiddeld niveau blijven. Dan is de samenhang met het optimale werkvermogen al bereikt en is veel autonomie extra misschien alleen maar een extra last.

Aan de andere kant bleek bij de groep met cognitieve klachten autonomie juist weer wel altijd gunstiger. Uiteraard gaat het in dit onderzoek om gemiddelden en kan het in een specifieke situatie anders liggen. Dus ook hier geldt altijd: ga met elkaar in gesprek. De verschillende klachtenpatronen vereisen dus specifiek maatwerk, in dialoog met de werkende. Iedere situatie is uniek. En ben jij een werkende die in het verleden kanker kreeg en veel lichamelijke klachten heeft, denk er dan voor jezelf over na hoeveel autonomie bij jou het beste werkt. Veel autonomie is dus niet per definitie beter, soms heb je juist een steuntje in de rug nodig of iemand die meedenkt.

Late effecten van kankerbehandelingen kunnen heftig zijn, maar ook wat meer op de achtergrond. En waar de éne persoon misschien veel lichamelijke klachten heeft (zoals bijvoorbeeld zenuwpijn of lymfeoedeem), kan een ander juist last hebben van problemen met concentratie. Vermoeidheid komt veel voor en dat is een ingewikkeld probleem, omdat het zo onvoorspelbaar kan zijn. En in hoeverre bepaalde late effecten beperkend zijn, hangt natuurlijk ook van het soort werk af. En niet te vergeten, probeer zoveel mogelijk werktaken te hebben die voldoening en werkplezier geven, dat is voor iedere werkende belangrijk, dus verlies dat niet uit het oog mocht je niet alles kunnen.

Dyon Klaasen van Stap NU tijdens de workshop die hij gaf met Sabine Wernars van Stichting Jij Speelt de Hoofdrol.

Symposium Werk & Kanker

In het verlengde van het promotieonderzoek vond op 24 juni 2022 het Symposium Werk & Kanker plaats. Ingrid presenteerde toen de hierboven beschreven resultaten (zie de Infographic). Daarna waren er twee rondes met in totaal 14 workshops en presentaties. De aanwezigen dompelden zich onder in interessante informatie, bevindingen, ervaringen en daarmee het échte verhaal. De reacties op het symposium waren overweldigend positief. Het was een bijzondere, inspirerende en interessante middag.

Nóg meer samenwerken!

Tijdens de periode dat het promotieonderzoek liep, werd het Ingrid duidelijk dat er een grote variëteit aan professionals en óók vrijwilligers werken die zelf kanker hebben gehad. Maar er bleek tussen de verschillende groepen weinig contact en uitwisseling te zijn, terwijl die behoefte er wél is. Er is zoveel kennis en kunde het delen waard, ook vanuit de werkenden zélf. Dus nóg meer samenwerken, ook dát is een conclusie uit dit promotieonderzoek. Opmerkingen en reacties zeer welkom: i.g.boelhouwer@hva.nl

Vragen over Werk en Kanker

Bezoek de workshops tijdens de 8e editie van het borstkankersymposium